Tips voor de succesvolle tweetalige opvoeding uit het boek “Het succes van tweetaligheid opvoeden. Gids voor ouders en opvoeders”.

“Tweetaligheid is een zegen.”

Begin vroeg. Hoe kleiner het kind bij het begin van het taalleren is, hoe beter de resultaten in beide talen.

Niet bang zijn voor de tragere taalontwikkeling. Uit onderzoek blijkt dat er enorme individuele verschillen zijn in de taalontwikkeling van kinderen:

Eerste kinderen in een gezin leren meestal sneller spreken dan tweede of derde kinderen.
Meisjes zijn gemiddeld sneller dan jongetjes.

Taalstoornissen komen voor bij tweetalige kinderen, net zoals dat bij eentalige kinderen het geval is.

U hoeft geen Nederlands tegen uw kind te spreken, als het Nederland uw moedertaal niet is. Volgens recent onderzoek leidt tweetaligheid juist tot een flexibele hersenactiviteit en tot een betere capaciteit bij het oplossen van problemen.

De taalaanbod op ‘maat’ helpt het kind de taal te leren en doet ook een beroep op de bewuste aandacht van het kind voor de gebruikte taalvormen.(Bijvoorbeeld: als het kind klein is, is het belangrijk om langzamer en harder te spreken, om een overdreven intonatie te gebruiken, uitingen vaak te herhalen en eenvoudige zinnen te maken).

De grotere taalaanbod en de kwaliteit daarvan leidt tot een betere taalontwikkeling van de ‘moedertaal’. Creëer voldoende taalaanbod.

Methode van tweetalige opvoeding

Iedere ouder zijn eigen taal met de voldoende aanbod in de ‘minderheidstaal’;

Wees consequent. Blijf dezelfde taal met uw kind spreken, schakel niet naar de andere taal.
Maak duidelijke afspraken over welke taal wanneer wordt gesproken.
Leg ook aan uw omgeving uit dat u het belangrijk vindt om met uw kind uw eigen taal te spreken.
U mag in bepaalde situaties afwijken maar zorg tegelijkertijd voor voldoende aanbod in de minderheidstaal.
Geef niet gauw op. Als het kind weigert de minderheidstaal te gebruiken, laat de taal niet vallen in de communicatie.
Het kind verstaat u immers wel. Ook als hij niks zegt, blijft hij dingen bijleren als er in die taal tegen hem gesproken wordt.

Bron: E. van der Linden en F. Kuiken. “Het succes van tweetaligheid opvoeden. Gids voor ouders en opvoeders”.